De roeping komt niet met geluid of teken, geen trompet, geen kroon, geen afgebakende lijn. Zij komt als een ontroering, stil en diep, een stem die wekt wat eens sliep.
Als uw hart reageert voordat uw geest het doet, als waarheid vertrouwd aanvoelt, niet nieuw gedefinieerd, dan is deze roeping niet iets nieuws — het is wat altijd al in u gelegd was.
De roeping is niet om boven te staan, maar om Licht te dragen, en in liefde te wandelen. Niet om gezien te worden, niet om gekend te worden, maar om het Licht op zichzelf te laten spreken.
Deel het Licht met hen die geroepen zijn om Lichtdragers te zijn.
Als deze woorden iets in u beroerden, laat uw reactie stil zijn — een gefluisterd Amen, een kort gebed, een moment van stilte.
U hoeft geen titel op te eisen, geen rol, of uzelf een “Lichtdrager” te noemen. De Vader heeft onze verklaringen niet nodig — Hij weet al wie u bent.
Kondig het Licht dus niet aan. Draag het eenvoudig.
Laat het zich tonen in nederigheid, niet in positie. In oprechtheid, niet in identiteit. In hoe u leeft, niet in hoe u uzelf noemt.
Eenvoudige waarheid, stilletjes geleefd, is genoeg.
Vader van Licht,
In de stilte heb ik Uw stem gehoord.
Laat Uw waarheid in mijn hart blijven,
Uw vrede mijn stappen leiden,
en Uw aanwezigheid mijn rustplaats zijn.
Amen.