Boek van het Licht
✦ De Titel "God" — Wie is Jezus? ✦
Een persoonlijke overweging van Pairan
Naam, titel of aanduiding — en wat dat betekent voor de vraag: is Jezus God?
Het woord "God" wordt vaak gebruikt alsof het vanzelfsprekend een persoonlijke naam is. Maar wanneer je goed kijkt naar taal en Bijbel, zie je dat het woord verschillende functies kan hebben: God als aanduiding of titel voor de ene God, god als algemene verwijzing naar een godheid. Naam, titel en aanduiding zijn niet hetzelfde, en die verwarring ligt aan de basis van veel discussie.
God en god. Op papier maken wij onderscheid met een hoofdletter: God voor de ene Schepper, god voor een godheid in het algemeen. Maar wanneer je het woord uitspreekt, hoor je die hoofdletter niet — je hoort alleen de klank. Een hoofdletter maakt geen geluid. Daarom kan iemand het woord "God" horen zonder automatisch te weten of de spreker de Vader bedoelt, de ene God, een titel, of een algemene aanduiding. Alleen de context maakt dat duidelijk.
De namen van God. De Bijbel gebruikt verschillende namen, titels en aanduidingen: Elohim (God), El Shaddai (God de Almachtige), Adonai (Heer), en JHWH — de specifieke naam waarmee God Zich in de Hebreeuwse Schrift bekendmaakt. Een naam wijst iemand specifiek aan. Een titel zegt iets over gezag of positie. Een aanduiding vertelt over wie of wat iemand genoemd wordt. Dat onderscheid is precies wat nodig is om de vraag over Jezus goed te stellen.
Ditzelfde patroon zie je ook buiten de Bijbel. In het Arabisch betekent Allah (الله) "God" en verwijst het naar de ene God; ilāh (إله) betekent "een god" en is algemeen. Allah is dus niet letterlijk "de Vader" — het is de Arabische benaming voor de ene God, ook gebruikt door Arabischtalige christenen. Het laat zien: een woord kan een aanduiding zijn zonder dat het automatisch de volledige identiteit verklaart van degene over wie gesproken wordt. En precies daar kom je bij Jezus.
En dan Jezus. De vraag "Is Jezus God?" wordt pas echt interessant als je vraagt wat er precies mee bedoeld wordt.
Bedoel je: is Jezus de Vader? Nee. Jezus spreekt tot de Vader, bidt tot de Vader, zegt dat de Vader Hem gezonden heeft. Na Zijn opstanding zegt Hij: "Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, naar Mijn God en uw God" (Johannes 20:17). Jezus en de Vader zijn niet dezelfde Persoon.
Maar daarmee is de vraag nog niet klaar. Jezus is ook niet zomaar een gewone menselijke leraar. Johannes (theoloog) schrijft: "In het begin was het Woord, het Woord was bij GOD en het Woord was GOD" (Johannes 1:1). Daarmee bedoelt Johannes: al vóór de schepping van de wereld was het Woord er al bij GOD de Vader — als een eigen persoon, onderscheiden van Hem — en tegelijk was dat Woord god in de betekenis die dit artikel al eerder uitlegde: niet GOD de Vader zelf, maar wel van diezelfde goddelijke aard en status. Onderscheid én eenheid tegelijk; geen van beide mag de ander wegdrukken. Later is dat Woord mens geworden: Jezus (Johannes 1:14). Thomas zegt na Zijn opstanding tegen Jezus: "Mijn Heer en mijn GOD!" (Johannes 20:28) — dezelfde Jezus die kort daarvoor sprak over "Mijn GOD en uw GOD." Eén zin mag niet alle andere wegdrukken; het gaat om het geheel.
Bedoel je: is Jezus slechts een gewone mens, zonder goddelijke betekenis? Dat past niet bij wat het Nieuwe Testament over Hem zegt.
Bedoel je: wordt Jezus op een bijzondere, goddelijke manier aangeduid? Ja. En wanneer "god" wordt gebruikt als aanduiding van goddelijke status, macht of gezag, kan Jezus in die betekenis god genoemd worden — zonder dat dit betekent dat Hij een aparte god naast de Vader is, en zonder dat het betekent dat Hij de Vader is. Daar zit het onderscheid.
De goddelijke titel en autoriteit — ontvangen van de Vader. Jezus droeg een bijzondere goddelijke titel en autoriteit, maar Hij ontving die van de Vader — Hij kwam niet om Zichzelf tot macht te verheffen. Hij zegt zelf: "Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde" (Matteüs 28:18), en dat woord "gegeven" wijst zelf al naar de Vader als de Bron van Zijn gezag. Diezelfde Vader gaf Hem autoriteit om te genezen, zonden te vergeven en mensen te bevrijden — "opdat u moogt weten dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde zonden te vergeven" (Markus 2:10) — en zelfs het oordeel werd Hem gegeven: "Hij heeft Hem macht gegeven om ook gericht te houden, omdat Hij de Zoon des mensen is" (Johannes 5:27). Toch zegt Jezus ook: "Ik kan van Mijzelf niets doen" (Johannes 5:30). Daarin zie je het onderscheid helder: de Vader is de Bron, de Zoon ontvangt de autoriteit, en de Zoon voert die uit. Dat maakt Jezus niet tot een gewone mens — de Vader gaf Hem juist een unieke positie, ver boven menselijk gezag, om te genezen, te vergeven, te bevrijden, te oordelen en het Koninkrijk bekend te maken. Daarom is de vraag niet alleen "welke titel heeft Jezus?" maar ook "van Wie heeft Hij die titel ontvangen?" — en telkens wijst Jezus terug naar de Vader die Hem gezonden heeft.
Jezus — Hogepriester én Koning. Hier komt ook het priesterschap van Jezus naar voren. De Bijbel noemt Jezus de grote Hogepriester: "Daar wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God..." (Hebreeën 4:14). Jezus is dus werkelijk Hogepriester; Zijn priesterschap hoort bij Zijn unieke opdracht van de Vader. Maar wanneer we spreken over Zijn wederkomst, moeten we zorgvuldig zijn — de Bijbel zegt niet letterlijk dat Jezus bij Zijn wederkomst "als een priester" zal komen. Bij Zijn wederkomst wordt Hij vooral beschreven als Koning en Rechter: Openbaring 19:11-16 beschrijft Hem als Degene die komt met macht en gezag om te oordelen en te regeren. Beide waarheden staan naast elkaar: Jezus is de Hogepriester die door de Vader is gezonden, én Hij zal terugkomen als de door God aangestelde Koning en Rechter. Dat is geen tegenstelling — Zijn priesterschap beschrijft Zijn dienst en positie; Zijn wederkomst wordt vooral beschreven in termen van koningschap, oordeel en overwinning.
Het einde: alles terug in de handen van de Vader. De duidelijkste tekst hierover is 1 Korintiërs 15:24-28. Paulus beschrijft daar het einde: Christus heeft alle vijanden onder Zijn voeten gebracht. Daarna komt het einde. Dan draagt Christus het Koninkrijk over aan God de Vader. Uiteindelijk zal de Zoon Zichzelf onderwerpen aan Hem die alles aan Hem onderworpen heeft, zodat God alles in allen zal zijn. Het is dezelfde beweging die dit hele artikel al laat zien: de Vader is de Bron, Hij geeft autoriteit aan de Zoon — en aan het einde draagt de Zoon die autoriteit weer terug. Geen rivaliteit, geen eigen koninkrijk dat Hij voor Zichzelf houdt. De Zoon regeert namens de Vader, en wanneer het werk volbracht is, legt Hij alles weer in Zijn handen.
Waarom een dienaar, en niet de Vader Zelf. Waarom stuurde de Vader Jezus om de grootste vijand te verslaan, in plaats van dat te doen op een manier die iedereen meteen als "God Zelf" zou herkennen? Misschien juist om te laten zien wat mogelijk is door wie Hij kiest. Geen leger, geen troon, geen zichtbare goddelijke overmacht — maar een timmerman, iemand zonder aanzien, een dienaar. Als zo iemand, toegerust en gezonden door de Vader, de grootste vijand kan verslaan, dan laat dat zien: de overwinning zit niet in macht of positie, maar in wie de Vader kiest en wat Hij door zo iemand heen kan doen. God had het Zelf kunnen doen. In plaats daarvan koos Hij ervoor het te doen door een Zoon die diende, gehoorzaamde en Zichzelf klein maakte — zodat de overwinning niet alleen van God afkomstig zou lijken, maar zichtbaar zou worden door een leven zoals dat van ons.
De opstanding: het bewijs dat Zijn wil gebeurt. Jezus werd niet vermoord omdat Hij mensen genas, omdat Hij mensen te eten gaf, of omdat Hij voor mensen bad — dat waren juist de dingen waarvoor de mensen van Hem hielden. Hij werd vermoord omdat Hij de waarheid sprak en Zich verzette tegen huichelarij en tegen religieuze en politieke macht die zichzelf boven de waarheid plaatste. Op het eerste gezicht lijkt dat een nederlaag — de dienaar die zwijgen wordt opgelegd, voorgoed. Maar juist daar laat de Vader zien: wat Hij wil, gebeurt, ook al lijkt het tegendeel eerst waar. Hij wekte Zijn Zoon op uit de dood. Niet Jezus wekte Zichzelf op — de Vader deed dat (Handelingen 2:24, Romeinen 6:4). De mensen die dachten dat ze de waarheid het zwijgen konden opleggen door de dienaar te doden, ontdekten dat de dood niet het laatste woord had. Dat is dezelfde les als bij de timmerman die de grootste vijand versloeg: niet macht die zich verdedigt, maar gehoorzaamheid die volhoudt tot het einde — en een Vader die laat zien dat Zijn wil, ook door de diepste vernedering heen, altijd wint.
Geen aardse titel. Wanneer je naar het leven van Jezus kijkt, zie je iemand die niet kwam om met een aardse titel te pronken. Geen kroon, geen macht, geen positie boven mensen. Hij liep tussen gewone mensen, at met hen, diende hen, huilde met hen, bad, gehoorzaamde — en wees steeds terug naar de Vader. Misschien zijn wij te veel bezig met "welke titel heeft Jezus?", terwijl Jezus ons terugbrengt naar een andere vraag: "Wie heeft Mij gezonden?"
Hij maakte de Vader groot. Jezus openbaart en vertegenwoordigt de Vader op een unieke, goddelijke manier — en juist doordat Hij zo diep nederig is tegenover de Vader, doordat Hij Zichzelf klein maakt, wordt God in Hem groot zichtbaar. Hoe minder Hij Zichzelf op de voorgrond zette, hoe meer de Vader door Hem heen te zien was. Hij hoefde Zichzelf niet groot te maken. Hij kwam ons niet alleen laten zien wie Hij is, maar ons ook bewust maken van wie wij al zijn: kinderen van God. Een mens kan zichzelf een titel geven; wanneer God iemand verheft, komt die verheffing van God. Hij maakte de Vader groot — en de Vader verhief de Zoon.
Zo heeft God het altijd gedaan: Hij gebruikte Mozes, Hij gebruikte Abraham, en zoveel anderen — mensen die zichzelf niet groot maakten, maar dienden. Elke profeet had zijn eigen missie, passend bij zijn eigen tijd. Ook in deze tijd heeft God Zijn plan klaar: voor deze tijd heeft Hij de lichtdragers. Deze mensen claimen geen titel. Ze dienen. En zoals Hij toen mensen gebruikte, gebruikt Hij ook nu gewone mensen om anderen te helpen. Daarom is het belangrijk om het woord priester niet alleen als een titel van status te begrijpen, maar ook als een beeld van dienstbaarheid aan God — Jezus is de Hogepriester, maar Hij is tegelijkertijd Degene die dient.
God houdt niet van titels en status — Hij wil een persoonlijke relatie met ons allemaal. In Zijn ogen is er geen christen, geen jood, geen moslim, geen hindoe: wij zijn allemaal Zijn geliefde kind. Daarvoor is geen priester nodig, en Hij vraagt geen perfectie.
Toen en nu verkeerd begrepen. Ook tijdens Zijn eigen leven werd Jezus verkeerd begrepen. Mensen verwachtten een aardse koning; toen ze Hem tot koning wilden maken, trok Hij Zich terug. Hij kwam niet voor een troon, maar om de Vader bekend te maken en de waarheid te verkondigen. En toch zal Hij volgens de Bijbelse boodschap terugkomen in heerlijkheid en macht — daarom maken we onderscheid tussen Zijn eerste komst als Dienaar en Zijn wederkomst als Koning en Rechter. Dat gebeurt vandaag nog. Misschien is de juiste vraag niet "welke titel moet Jezus hebben?" maar "wat doe jij met de waarheid die Hij je geeft?" — niet "wie staat boven wie?" maar "dien elkaar."
Geef het geloof niet de schuld. Mensen gebruiken religie voor macht, mensen misbruiken het geloof om geld te verdienen of om oorlog te voeren. Voor mij ligt het probleem niet bij het geloof zelf — het probleem is wat het menselijk hart ermee doet.
En ik zie nog iets: mensen verdraaien woorden om hun eigen wensen te kunnen vervullen. Wanneer iemand het werk van het Licht doet, wordt diegene soms juist beschuldigd — terwijl hij alleen doet wat zijn hart hem vraagt.
Jezus zelf waarschuwde hiervoor: "Wacht u voor de valse profeten, die in schaapsklederen tot u komen, maar van binnen zijn zij grijpende wolven" (Matteus 7:15). Er zijn wolven in schaapskleren onder ons — mensen die de woorden van het geloof gebruiken, maar er niet naar leven. Jezus zei ook: "Niet een ieder, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders" (Matteus 7:21). Het is niet genoeg om Zijn naam te noemen. Het gaat om wat je doet.
Geen titel, geen status — een persoonlijke relatie. God houdt niet van titels en status. Hij vraagt geen kerkelijke rang, geen priester tussen jou en Hem, geen perfect leven voordat je bij Hem mag komen. Hij wil één ding: een persoonlijke relatie met ieder van ons. In Zijn ogen bestaat er geen christen, geen jood, geen moslim, geen hindoe — Hij ziet geen label, Hij ziet Zijn kind. Wij zijn allemaal Zijn geliefde kinderen, zonder tussenpersoon nodig om bij Hem te komen. Hij vraagt geen perfectie. Hij vraagt een hart dat zoekt.
Geen ruzie om titels. Laten we deze vraag niet eindigen met een discussie. Laten we elkaar niet veroordelen om een ander woord, niet tegenover elkaar staan, maar samen lopen als broers en zussen. Wij zien vaak alleen de buitenkant; de Vader kent het hart. Jezus zei: "Het Koninkrijk van God is in uw midden" (Lukas 17:21). Niet de titel is het belangrijkste. Niet de status. Het hart.
Beschuldig niet te snel. Heb geduld met wie nog zoekt. Wij zijn niet geroepen om elkaar te verslaan, maar om elkaar lief te hebben. Wij mogen verschillen in woorden en tradities, zonder dat die verschillen ons tot vijanden maken — want uiteindelijk zien wij slechts een deel; de Vader ziet het geheel.
Is Jezus de Vader? Nee.
Wordt Jezus in het Nieuwe Testament op een goddelijke manier aangeduid? Ja.
Kan "god" in die context een aanduiding zijn van goddelijke status, macht of gezag? Ja.
Heeft Jezus goddelijke autoriteit ontvangen van de Vader? Ja.
Is Jezus de Hogepriester? Ja.
Zegt de Bijbel letterlijk dat Hij bij Zijn wederkomst "als priester" komt? Nee.
Wordt Hij bij Zijn wederkomst beschreven als Koning en Rechter? Ja.
Maar de belangrijkste vraag is uiteindelijk niet welke titel wij Jezus geven. De belangrijkste vraag is: waarom werd Hij gezonden? Hij werd door de Vader gezonden, kwam als mens tussen mensen, diende, sprak waarheid, wees naar de Vader, maakte de Vader groot — en liet zien dat wij God mogen leren kennen en als Zijn kinderen mogen leven.
De Vader is de Vader. De Zoon is de Zoon. De Zoon is niet de Vader. Maar de Zoon werd door de Vader gezonden om de waarheid zichtbaar te maken.
De diepste vraag is niet: welke titel draagt Hij? Maar: wie is Hij werkelijk — en waarom werd Hij gezonden?
Misschien is het antwoord niet bedoeld om ons tegenover elkaar te zetten, maar om ons samen dichter bij het Licht te brengen. Niet boven elkaar. Niet tegen elkaar. Naast elkaar — als kinderen van de Vader, als broers en zussen, in liefde, in waarheid, in geduld, in het Licht.
Over de bijbelteksten

De bijbelgedeelten op deze website komen uit vertalingen die vrij van auteursrecht zijn: de Statenvertaling (Nederlands), Luther 1912 (Duits) en Segond 1910 (Frans). Nieuwere vertalingen zijn beschermd en mogen niet zomaar worden overgenomen. Daarom kan de bewoording afwijken van de bijbel die u thuis heeft.

FACEBOOKWHATSAPPTELEGRAMREDDITX